Webmaster Berta van der Meer © OASLL. info@oasll.com

OASLL Optimum Avium Speciaalclub voor fokkers van langstaart- en langkraaihoenders

VERTALING VAN JAPANSE STANDAARD:

Ingezonden door Julia Keeling, secretaris Asian Hardfeather Club                                      

Ohiki  (O= staart ,Hiki= slepen)                                                                

Enkel Kam                                                                                                                                            

Oogkleur:oranjerood tot roodbruin                                                                                        

Gewicht:haan 750-937 gr hen 600-750

(jonge dieren 600-750)                                                  

Kleurslagen :Patrijs,Zilverpatrijs en Wit                                                                                   

 Lange staart heeft een hoek van 30 graden en wordt stepen naar achter gedragen.    

De kop:De enkele kam is middelgroot voor een klein dier,maar veel kleiner dan bij de meeste Chabo-foklijnen

.De oorlellen zijn wit met een geelachtige glans

De poten zijn olijf/wilgengroen

Halsbehang is uitzonderlijk vol en lang;bedekken de schouders bijna volledig .

Zadelbehang variert in lengte, afhankelijk van de foklijn ik heb ze gezien van lang tot zeer lang, d.w.z.tot aan de grond en 5-15 cm slepen over de grond. De lengte van de zadelveren is genetisch moeilijk vast te leggen en de variatie in de lengte kan men bij alle langstaartrassen waarnemen.

In Nederland erkend in Zilverpatrijs en patrijs


Websites van

schijvers met meer informatie over en foto's van Ohiki's

http://www.countrywhatnotgardens. com/megumiaviary/                                                 

www. minohiki.com      http://countrywhatgardens.com/bantamlongtails/



OHIKI


                                 Origine en historische achtergrond  

Het ras was in Japan al bekend in de Edo periode (1600-1868),specifiek in de zogenoemde Kochi Prefectuur,gelegen op het zuid-westelijke eiland Shikoku dezelfde regio waaruit ook de Onagadori stamt. Volgens sommige bronnen zou het ras omstreek 1850 gecreeerd zijn, maar in deze periode werd het ras ingevoerd in verscheidene Europese landen en daardoor werd het foutief ook als onstaansperiode vermeld. Ook de verbondenheid met de Chabo dateert uit deze bronnen.Het ras is volgens professor Masaoki Tsudzuki uit Japan ontstaan in de latere Edo periode (1603-1868)

Toen ik in de geschiedenis van de Chabo dook, vond ik een Japanse bron die er gewag van maakte dat men rond 1800 een Chinees dwerghoen vanuit Nederland ingevoerd had. De Nederlanders hadden deze dwerghoenders eerder zelf ingevoerd vanuit China met VOC schepen (Verenigde Oost-Indische Compagnie, 1602-1799).In Japan heeft men lokale rassen (vooral Japanse Dwerghoenders) gebruikt om dit ras te vervolmaken. Het is aannemelijk dat de Ohiki in dit proces betrokken was. Een oud Japanse Boek refereert aan dit hoen als'oud type Chabo'.

De japanse bewoordingen en terminologie zijn later gebruikt om de rassen te benoemen. Dit maakt het voor westerlingen verwarrend als deze namen worden vertaald. Ze werden in Japan'Minohiki- chabo'genoemd, hetgeen betekent: minohiki= slepende veren en chabo=dwerghoen of Japans dwerghoen.Dit refereert echter alleen aan de uiterlijke kenmerken en niet aan de genetische achtergrond. Feitelijk zijn ze helemaal niet verwant aan de Minohiki, dus zeker geen krielvorm hiervan. Oudere namen gedurende de EDO periode zijn: Kogate NO Shôkoku =Shôkoku dwerghoen of Totenko Bamtamu =Totenko dwerghoen.De Ohiki is geen dwergvorm van andere rassen,maar het geeft wel hun ouderdom aan.Ze werden daarom Ohiki genoemd wat zo ongeveer grote staartsleper betekend. Recent DNA-onderzoek aan de Universiteit van Kagoshima heeft aangtoond dat de Ohiki's verwant zijn aan de Onagadori, Totenko en Shôkoku. DE snelle groei van de veren is een gemeenschappelijke eigenschap. Ohiki's zijn uitgeroepen als "Cultureel erfgoed van Japan' in 1947 wat hun een beschermde status geeft.Ze zijn dus een levend natuurmonument


Tekening mark king

DE OHIKI TEGENWOORDIG

Belangrijk bij dit ras is dat de romp niet te hoog wordt gedragen en mooi is afgerond en dat direct na de rug eerst de staart een bolling maakt en dan pas naar achteren slepend gedragen word. Er zijn ook verschillende bloedlijnen van de Ohiki wat betreft de bevedering ; sommige stammen laten meer Onagdori-bloed zien waarbij de staart een lengte kan bereiken tot wel 80-150 cm. niet alle Japanse fokkers zijn blij met deze foklijnen.Anderen hebben een cochinachtig langer staartje die niet veel over de grond sleept

De foklijn van Marc King (Italie) had bescheiden staartveren van 60=80 cm,hetgeen voor deze kleine hoenders veel makkelijker mee te slepen is.De origineel ingevoerde foklijn van Knut Roeder heeft meestal langere veren De veren van het zadelbehang moeten de grond raken.De pootkleur is olijfgroen/wilgenkleurig,en deze kleur wordt weerspiegeld in de oorlellen( geelgroenig) totdat de veren ophouden met groeien en opdrogen. Zo lang de kip nog bloedveren heeft,weerspiegelen de oorlellen de pootkleur.

De Ohiki is erg populair in Japan en het is het kleinste lid van de langstaart hoenders van Japanse oorsprong. Het is een oorspronkelijk dwerghoen en geen verdwergd hoen zoals bijv. het Phoenix kriel en het Yokohama kriel.De kleurslagen, die bestaan in Japan, zijn Patrijs, Zilverpatrijs en Wit.De typen die in Japan bestaan lopen uiteen van de typische,kortpotig ,enkelkammige en witorige dieren met een  staart van 40-70 cm tot foklijnen met staarten van 90-150 cm lengte.Van laatst genoemden wordt gedacht dat ze meer Onagadori genen dragen De staartveren zijn net zo smal en slank als die van de Onagadori. De Ohiki is redelijk groot te brengen, al hebben ze een klein beetje extra zorg nodig vanwege hun geringe omvang. Ze missen de letale factor voor kortpotigheid zoals we die wel terugzien bij de Chabo.Het is meer een dwergvorm te vergelijken met dwerg groei bij mensen Je hebt dieren met zowel korte boven als onderbenen, met korte onderbenen en normale bovenbenen en met normale benen Het belangrijkste is om haantjes te selecteren met voldoende pootlenge zodat ze de hennen kunnen bevruchten.  Altijd kort x langbenig doen een jong met zowel korte boven als onderbenen groeit erg traag en zijn een stuk kwetsbaarder. Ook geheel droge opfokhokjes voor de kuikens zijn belangrijk.

Als de kuikens uitkomen staan ze vaak nog wat wiebelig op hun kleine pootjes, daarom moeten erg energieke kuikens (zoals kuikens van vechthoenders etc. ) niet in dezelfde broedmachine uitkomen. want dan worden Ohiki kuikens vertrapt. Eenmaal volgroeid zijn ze gehard,levendig en toch zeer tam. De Ohiki brengt kuikens met de juiste pootlengte alsookmet langere benen voort. In 2002 werden de Ohiki's ingevoerd in de VS door Toni-Marie Astin. Marc King had Ohiki stammen uit verscheidene gebieden van Europa verzameld, daarmee gefokt en strenge selectie toegepast. Drie jaar lang heeft hij broedeieren verzonden naar de VS. Sedertdien fokt Toni-Marie Astin de Ohiki's op haar pluimveefarm. Mevr Astin heeft streng geselecteerd om resistentie op te bouwen tegen allerlei dierziektes,die zich in de VS anders kunnen voordoen,dan in hun voormalige woongebied (en waar de dieren al een zekere immuniteit tegen hadden opgebouwd). Mevr Astin had slechts een smalle basis om mee te beginnen maar haar zover gebracht dat ze de Ohiki's in diverse kleurslagen ( gekruist met andere rassen) kon verspreiden over fokkers in de gehele VS.

Het ras schijnt een beperkte weerstand te hebben tegen milleuveranderingen. Thans lijkt met ernstige koude en op (veel) mais gebaseerd voedsel de grens van het aanpassings vermogen van dit ras bereikt te zijn.